top of page

'Jij kan echt mijn mind readen, mama!'

Bijgewerkt op: 10 jan

Jongerentaal, het blijft me verbazen. De hoeveelheid Engelse woorden die in Nederlandse zinnen binnensluipen ook. En toch hoeven we ons geen zorgen te maken, zegt de experte in dit artikel uit De Standaard.



Ze waren drie en vier toen ze voor het eerst ‘oh my god’ riepen. Het was de periode van ‘Let it goooooooo’, en toen klonk dat Engels nog schattig uit hun mondjes. Mijn moeder was toen ook stomverbaasd toen haar peuterkleindochter Sophie antwoordde 'you’re welcome' op een bedankje, een zinnetje dat ze had opgepikt uit de tv-reeks Dora.


Intussen zijn ze ouder en kijken ze geen Dora meer. Nu kijken ze naar filmpjes op sociale media. Mijn dochter Juliette van twaalf gaf me onlangs een hele uitleg in het Engels. Ze heeft nooit één les Engels gehad op school. ‘Geleerd van die filmpjes’, zei ze trots. Haar zus moest voor het vak Engels een spreekoefening opnemen met ‘I am going to’. Sophie maakte er ‘I’m gonna’ van, met het vettigste Amerikaanse accent dat ik ooit heb gehoord. Vast geleerd van een of andere domme influencer.


Onlangs zei ze ook: ‘Jij kan echt mijn mind readen, mama.’ Toen was ik het die met mijn ogen rolde. De jongste vertrouwde me dan weer toe dat die van wiskunde het op haar heupen krijgt van de eindeloze six sevens. 'Wie het nog durft uit te spreken, vliegt de gang in’, zei ze. Ik begrijp die van wiskunde. Voortaan mag Sophie in de garage verder eten als ze nog eens skibbedie roept aan tafel.


Ik ben heel blij dat ik dit artikel heb gelezen. Niet alleen omdat het overgaat, die rare Engelse fase, maar ook omdat we niet zo zwaar moeten tillen aan de woordenschat die jongeren onder elkaar gebruiken. Volgens de experte in het artikel hoort dat bij jongerentaal. Al zal er wat zwaaien voor de eerste die in dit huis het woord bitch durft te gebruiken.


Voor de les Nederlands


Ik maak een tekst propvol woorden als random en mind.  (Eerst leg ik stiekem een lijstje aan met Engelse woorden die ik opvang.) Boven de tekst zet ik dan: vervang deze woorden door goede Nederlandse woorden. Ik kijk ernaar uit.


Hieronder vinden jullie de tekst uit De Standaard.


DS onderzoekt

Hoe ‘verengelst’ is jongerentaal? “Ik wist zelfs niet wat ‘random’ in het Nederlands was”

Van alle streektalen is het West-Vlaams het krachtigst: ondanks het Britse oorlogstoerisme houdt het moedig stand. Maar onder de jeugd lijkt het Engels toch fors op te rukken. Verslag van een avond chillen met de bro’s en bitches in Izegem.

2 november 2025 om 23:59

 

Niet alleen in de academische wereld en de boardrooms regeert het Engels, ook in tienerkamers of op de pleintjes waar bro’s en baddy’s elkaar vinden. In de reeks ‘Hoe futureproof is ons Nederlands?’ onderzoekt De Standaard of je zonder het Engels nog maatschappelijk succesvol kunt zijn en wat de toekomst is van het Nederlands. 

“Zije van de gazette? Cool!” Jasper Nuyttens (18), Finn Cinjaere (17) en Jordy Deprez (20) schuiven spontaan een stoel bij aan hun tafeltje. Het is vrijdag 21 uur. In Jeugdhuis De Tunne in Izegem heeft barman Remi net de eerste meter bier uitgeschonken. Uit de boxen knalt stevige rock. Hier kost een pintje nog 1,80 euro en is een journalist van De Standaard, gelukkig, niet cringe. “Dus jij wilt weten welke taal we spreken?”, vat Sebastian Valdez Contreras (16) samen. “Ik spreek er vier. Vanaf hoeveel talen ben je eigenlijk een polyglot? Vier? Vijf?”

Rune Vandevyver, Tuur Delaere, Gennaro Wittouck en Galina Vandromme (allemaal 18 tot 21 jaar oud) mengen zich in het gesprek. Polyglot – is dat een woord? Dat kan geen Engels zijn. “Als we onder ons zijn, dan praten we veel in het Engels – vooral korte zinnen, soms uit memes”, vertelt Finn. Hij zit in het laatste jaar van de middelbare school, Jasper studeert aan de unief. Gennaro werkt al. Sebastian: “Ik zeg bijvoorbeeld tegen hem: ‘Gimme a beer, bitch.’ En als hij dan terugkomt met m’n pintje, dan is het ‘Good boy!’” Ze lachen. Er volgt een snedige dialoog tussen Jasper en Rune.

Random gebruiken we ook keiveel. Random vibes bijvoorbeeld.”

 “Lange tijd wist ik zelfs niet wat random in het Nederlands was.”

Mo how, sukkel. Niet oké. Shame on you.”

 “Ja, zeg! Wie gebruikt er nu ook ‘willekeurig’?”

 “Normale Nederlandse mensen, bro!


 

Jordy, die kunstschool volgde en nu maatschappelijk werk studeert, heeft een theorie: hoe meer gay iemand is, hoe meer Engels die praat, zegt hij lachend. En Jordy kan het weten, want hij is gay. Galina en Rune knikken en vullen aan: “Hoe alternatiever de jongeren, hoe meer Engels ze gebruiken. En als je bij mensen bent die je leuk vindt, praat je ook meer Engels. Thuis en op school is het sowieso een pak minder.” Dat geldt ook voor hun punten: het is zeker niet zo dat ze allemaal uitblinken in Engels op school.

Over doxen, f*ck en Benjamin

“Op het internet is al mijn content Engels”, zegt Jasper. “De laatste Nederlandstalige content die ik al scrollend ben tegengekomen, was een artikel over die storm, Benjamin. Op een nieuwsapp? (verbaasd) Nee! Op mijn socials.

“Chatgesprekken zijn ook in het Engels”, gaat Finn verder. “Maar da’s omdat we ofwel elkaar uitkakken om te lachen, ofwel omdat we verliefd zijn”, nuanceert Rune. “Maar nee, toch in alle random conversaties?”, repliceert Sebastian. Ze halen hun smartphones boven. Dit moet bewezen worden. “De namen zijn niet voor publicatie, hé”, lacht Jasper. “Ken je doxen?”, vraagt Stiene Timperman (18). “Dat is wanneer je persoonlijke gegevens of informatie van iemand onthult online. Moet je dus niet doen.” “Maar het gesprek wel”, zegt Rune beslist. “Want zo communiceren jongeren gewoon, mensen mogen dat weten.”

-           Ohhhh … about that. Lol

-           Stfu

-           Hihi

-           You’ll bring it

-           And what if I don’t?

-           Stfu and bring my money

 

 

Wat ‘stfu’ betekent, vraagt deze veertiger enigszins naïef. In koor klinkt het: shut the f*ck up. “Da’s zoals ‘idk’”, zegt Gennaro, “I don’t know.” Een constante valt op: ‘f*ck’ en ‘f*cking’. Lichtjes gegeneerd steken ze hun smartphones weer weg. Jasper: “Voor iemand die ouder is, lijkt het soms of we veel schelden en vloeken, maar eigenlijk is dat vriendschappelijk bedoeld.” “We noemen elkaar soms bitch, dumbass of downy”, zegt Sebastian.

Behalve ‘echt’ Engels gebruikt gen Z ook vernederlandst Engels, vooral in werkwoorden: de stam is Engels, de vervoeging Nederlands. Dat bestaat al – denk aan downloaden, skaten of googelen – maar gen Z gaat verder: ik heb het spel geleaved (verlaten), een artiest heeft een album gereleased (uitgegeven), hij wil iets exposen (blootleggen).

Regionale verschillen

Op het eerste gehoor lijkt de taal – niet de tongval – van de Izegemse jongeren weinig te verschillen van die van hun generatiegenoten uit het centrum van het land. Al merkt Marieke Lagrou (21), de voorzitster van het jeugdhuis, wel een verschil. “Ik heb een tijdje in Gent gestudeerd, en daar zit je samen met mensen die van overal komen, waardoor je taal automatisch internationaler wordt. Nu ik in Kortrijk studeer, zitten er vooral West-Vlamingen in mijn klas, en dus spreken we meer dialect onder elkaar. Hoewel dat bij de meesten een soort tussentaal is.” “De enige persoon die ik ken, die nog écht West-Vlaams spreekt, is mijn pépé”, bevestigt Jasper.


Een en ander spoort met wat taalkundige Melissa Schuring zegt. Zij schreef aan de KU Leuven een doctoraat over Engelse woorden in het Nederlands van Vlaamse kinderen, getiteld ‘Oh my god’. Ze werd daarmee tweede in de Vlaamse PhD-cup en is nu postdoctoraal onderzoeker aan VUB. “In de serie Putain hoor je bijvoorbeeld Brusselse jongerentaal. Die is nog internationaler dan elders, met leenwoorden uit het Frans, Spaans, Italiaans, Arabisch, enzovoort. Een urban vernacular – een stedelijke omgangstaal – werkt als bindmiddel tussen jongeren en als een uiting van hun identiteit. Je ziet het ook in Antwerpen, Amsterdam, Londen, New York of Istanbul.”

“Maar,” voegt Schuring toe, “jongeren gebruiken die jongerentaal alleen als ze onder elkaar zijn. Ze weten namelijk goed dat ze, als ze met volwassenen spreken of met mensen die niet tot hun gang horen, jongerentaal achterwege moeten laten, omdat ze anders niet worden begrepen.”

Wollah en ewa

Toch even polsen aan de andere kant van Vlaanderen. Zouden Limburgse gen Z’ers dit herkennen? “Ja, toch wel”, lacht Anir Boutakhrit (20) uit Bilzen-Hoeselt. “Mijn vrienden en ik gebruiken veel Engels. En ja, soms gebruiken we ook scheldwoorden om elkaar aan te spreken. Maar we bedoelen daar niks slechts mee. Al mijn interfaces zijn in het Engels, alle online content consumeren we in het Engels en ook bij mijn opleiding – ik studeer IT – komt veel Engels kijken. Eigenlijk gebruik ik het alleen thuis niet. Waarom niet? Mijn mama zou dat niet snappen – zeker niet de grappen en de verwijzingen naar Tiktok.”


Voor Anir zijn Nederlands en Engels gelijkwaardig, hij kent beide talen naar eigen zeggen “even goed”. “Als kleuter keek ik al naar Dora in het Engels. Die taal voelt heel natuurlijk aan.” Waar in de Limburgse mijnsteden nog wel eens citétaal wordt gebruikt, met veel Italiaanse en Turkse leenwoorden, is dat voor Anir niet het geval. Sommige andere jongeren die net als hij een Marokkaanse achtergrond hebben, gebruiken graag tussenwerpsels als wollah en ewa. Maar dat vindt Anir “stoerdoenerij”.

Hoe jonger, hoe meer

In De Tunne is iedereen het over één ding eens: hoe jonger, hoe meer Engels. In vergelijking met gen Z, is gen alpha (0-15 jaar) he-le-maal verengelst, zeggen ze. “Bij mijn jongere zussen is het nog erger”, stelt Finn vast. “Da’s door de brainrot (veronderstelde achteruitgang van de intellectuele capaciteit als gevolg van internetcontent van lage kwaliteit en die snel verslavend wordt, red.). En ze communiceren met memes. ‘6 7’ en zo. Al kennen wij ook wel wat memes.” Rune: “O ja! (imiteert een quizmaster) How do you spell ‘RED’?” Het antwoord volgt unisono uit een tiental kelen en – uiteraard – in het Engels: “L-S-T-E-R!”. Absurde humor? Het blijkt ook een kenmerk van gen alpha.

Maar hoe verengelst is die generatie dan? Melissa Schuring deed een diepteonderzoek naar de taal van ‘preadolescenten’ tussen 6 en 13 jaar en haar conclusie verbaast. “Ze gebruiken eigenlijk heel weinig Engels. In onderlinge conversaties bedraagt het aantal zinnen met minstens één Engels woord erin ongeveer 7 procent. In conversaties met volwassenen slechts 3 procent.” Het lijkt meer, geeft ze toe, maar dat is vooral omdat Engelse woorden opvallen in een zin – zeker op de manier waarop jongeren die woorden uitspreken: vaak langgerekt, op een gekke toonhoogte (“niiiiiiiice!”) of met veel nadruk.

“Kinderen gebruiken Engels doelgericht”, zegt Schuring. “Vooral bij het evalueren van gebeurtenissen of mensen. Denk aan cool, awesome, en amazing. Het Engels dient in die context als sociaal bindmiddel, om binnen de groep of het groepsgesprek samenhang te creëren.” Aan iedereen die zich zorgen maakt over het Nederlands van onze jeugd, heeft Schuring een boodschap: geen nood! “Jongeren zeggen soms dat ze hun gevoelens beter kunnen uitdrukken met Engelse woorden, het is dus vooral een verrijking. Als Nederlands het hoofdgerecht is, is Engels de afkruiding.”



Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram

bottom of page